|
2500 v. Chr. |
De eerste bewoners, de Arawak Indianen, zijn waarschijnlijk
vanuit Venezuela geëmigreerd.
Deze jagers en verzamelaars
bedreven geen landbouw en
maakten geen aardewerken
voorwerpen. Een aantal van deze
bewoners trok omstreeks 1500 v.
Chr. naar Bonaire. |
|
500 v. Chr. |
De Caiquetio Indianen kwamen, die dezelfde taal spraken als
de Arawak Indianen,
waarschijnlijk ook vanuit
Venezuela naar Curaçao. Zij
woonden in paalhutten. Verspreid
over het eiland zijn zes dorpjes
opgegraven uit deze tijd, te
weten bij het huidige Kenepa
(Knip), Santa Cruz, San Hironimo,
San Juan, De Savaan en Santa
Barbara. Je zou kunnen aannemen
dat later de Spanjaarden zich
bij deze nederzettingen
vestigden en dat tegenwoordig de
namen nog voorkomen van deze
plaatsen die de Spanjaarden hen
gedoopt hebben. Oorzaak is de
gunstige ligging, de
waterbronnen, de reeds al
gecultiveerde grond, bouwrijp,
vlak en geen begroeiing.
|
|
1492 |
Columbus vertrekt op 3 augustus vanuit Spanje en ontdekt de
Nieuwe Wereld. |
|
1499 |
In mei confisqueerden de Spanjaarden Curaçao in naam van
Spanje, maar aanvankelijk nog
geen kolonisatie. |
|
1513 |
De evacuatie van de ongeveer 2.000 Caiquetio Indianen naar
Hispanola om daar als slaven te
werken begon. Later werden
Spaanse nederzettingen gebouwd
en werden er zoutpannen in het
Schottegat gemaakt. Zeer kleine
Spaanse dorpen zoals Pueblo de
la madre de Dios de Ascension,
Pueblo de la senora de Santa Ana,
Santa Barbara, San Pedro, St.
Juan, Hato en Piscadera
ontstonden. Er is zeer weinig
bekend over de gebouwen.
|
|
1515 |
Aruba, Bonaire en Curaçao werden door de Spanjaarden
officieel tot nutteloze eilanden
(Islas Inútiles) verklaard,
oftewel geen goud, zilver en
parels aanwezig. |
|
1526 |
Ontvolking van de Benedenwindse Eilanden komt dankzij Juan de
Ampués tot een einde.
|
|
1568 |
De Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de Nederlanden brak
uit. |
|
1609 - 1621 |
Twaalfjarig Bestand tussen Spanje en de Nederlanden.
|
|
1621 |
De West-Indische Compagnie (W.I.C.) werd opgericht.
|
|
1634 |
Op 29 juli veroverden de Nederlanders Curaçao. De Spanjaarden
boden zeer weinig tegenstand:
zij maakten waterputten
onbruikbaar en verbrandden hun
dorpjes. De Nederlanders
deporteerden de Spanjaarden naar
het vasteland samen met zo’n 400
indianen, van wie er ongeveer 75
achterbleven als arbeiders.
Zolang de Tachtigjarige Oorlog
tussen Nederland en Spanje nog
woedde, was Curaçao in de eerste
plaats een marinebasis. Het
eerste blijvende bouwwerk was
het eenvoudige Waterfort dat
werd gebouwd aan de ingang van
de haven bij Punda. Later werd
het grotere Fort Amsterdam
gebouwd dat de toegang tot de
Sint Annabaai bewaakte en tevens
onderdak bood aan de verblijven
van de bewindvoerder van het
eiland (en later de gouverneur).
Verder werd het fort het
middelpunt voor de ontwikkeling
van de stad. Tot aan de dag van
vandaag is het Fort Amsterdam de
zetel van de regering en
bevinden zowel het fort als de
residentie zich in een
uitstekende staat. Naast de
militaire architectuur waren de
eerste woningen aanwezig,
gemaakt van hout, mais en leem
naar voorbeeld van de indianen.
Later ontstonden plantages,
begin van de kolonisatie in de
zin van uitbuiting (woordenboek:
kolonist = volksplanter).
|
|
1642 |
Peter Stuyvesant werd directeur van de Benedenwindse
Eilanden. |
|
1644 |
Peter Stuyvesant probeert tevergeefs Sint Maarten op de
Spanjaarden te heroveren.
|
|
1646 |
Peter Stuyvesant werd benoemd tot directeur-generaal van de
kolonie Nieuw-Nederland in
Noord-Amerika. Hij bleef tot
1664 directeur van Curaçao en
onderhorigheden (Aruba en
Bonaire). |
|
1648 |
Toen Nederland en Spanje de Vrede van Munster ondertekenden,
werd Curaçao minder belangrijk
als marinebasis en ontwikkelde
het eiland zich tot een
handelscentrum. De Nederlanders
vervulden al snel een prominente
rol in de internationale
slavenhandel. De W.I.C. nam de
belangrijkste Portugese
handelsposten aan de westkust
van Afrika over, kocht tot slaaf
gemaakte Afrikanen op en
vervoerde hen naar Curaçao en
Brazilië, waar ze verkocht
werden aan rijke
plantagebezitters uit alle delen
van de Nieuwe Wereld. Curaçao
werd één van de grootste
slavendepots in het Caribische
gebied. Toen in 1788 het laatste
slavengaljoen de haven
binnenvoer, had de W.I.C. zo’n
500.000 Afrikanen
getransporteerd naar hun
slavernij. Na een afschuwelijke
reis over de Atlantische oceaan
werden de slaven gedurende
enkele maanden in twee kampen
ondergebracht, Sòrsaka en
Chinchó Grandi (het huidige
Groot St. Joris.), waar zij
konden bijkomen, voordat ze
verkocht werden op het depot bij
Asiento (waar tegenwoordig de
olieraffinaderij staat). Er zijn
geen sporen achter gebleven van
deze plaatsen. Het behoeft geen
betoog, hoeveel grotere
praktische moeilijkheden dan in
de Spaanse tijd de
verwezenlijking van het voortaan
vereiste bouwprogramma met zich
meebracht. Bakstenen, pannen,
hout en ijzerwaren moesten in
aanzienlijke hoeveelheid bij
voortduring over zee worden
aangevoerd. De voor het ruwe
werk gebruikelijke onregelmatige
koraalsteen maakte overigens
pleisteren noodzakelijk, zodat
de bouwwijze ook om deze reden
toch anders werd dan in het
vaderland gebruikelijk was.
Water was uiteraard schaars
zodat zoutwater veelal is
gebruikt voor aanmaken van
specie. Hierdoor wordt de
buitenkant aangetast door
salpetervorming (“muurkanker”).
Je zou kunnen aannemen dat er
toen een noodzaak ontstond om de
woningen te verven. Achter Fort
Amsterdam verrezen enkele huizen
en de eerste slavenhutten
verschijnen. Op de plantages
worden landhuizen gebouwd en er
ontstaat langzamerhand een drang
om buiten de muren van het fort
te gaan wonen. Mensen hebben
soms twee woningen, binnen en
buiten het fort. |
|
1654 |
De Nederlanders raken Brazilië kwijt. Reeds volgt de
ontwikkeling van stedelijke
omgeving, er ontstaat een stad.
|
|
1659 |
Terrein aan de westzijde van Schottegat werd vrijgegeven aan
uit Brazilië gevluchte Joden.
Het ontstaan van Jodenkwartier.
|
|
1660 - 1670 |
Bloeitijd van de slavernij. Dit is de oorzaak van het
ontstaan van de stad. Curaçao
wordt een centrum voor
doorverkoop van slaven. Zelf
hield men ook slaven en
onderscheidde men twee soorten
slaven: huisslaven (die o.a.
zindelijk moesten zijn) en
plantageslaven (die hard moesten
kunnen werken). De huisslaven
(meestal in de stad) hadden een
onderkomen verzorgd door de
baas, die meestal achter de
eigenlijke woning verscholen
ging. Hun “woningen” waren
meestal vervaardigd van
hetzelfde materiaal als dat van
hun meester. Op de plantages
werden de slaven ondergebracht
in eigengemaakte lemen hutten
die op een bepaald gedeelte van
het erf stond. |
|
1662 |
Verspreid over het gehele eiland ontstaan slavenkampen:
Oostpunt, Duivelsklip, Koraal
Tabak, Rio Canario en Noordkant.
|
|
1675 |
De openstelling van de haven veroorzaakte meer bouw buiten de
stad (frisser wonen), b.v.
Altena en Pietermaai (Pieter de
Mey). |
|
1685 - 1713 |
Wederom een bloeitijd van de Nederlandse slavenhandel. De
W.I.C. doet verder weinig aan de
plantages. De panden in Punda,
combinaties van woonhuizen en
winkels, zijn bijna geheel uit
baksteen opgetrokken. Er is een
sterke invloed van
Scheepstimmerlui en
genietroepen. |
|
1707 |
Otrobanda werd vrijgegeven; 14 erven, 60 voet breed. De
huizen mogen slechts één
verdieping hoog zijn. De daken
worden steeds hoger voor het
opvangen van water. De witte
panden moesten een kleur krijgen
i.v.m. een zogenaamd oogletsel
dat opgelopen kon worden. Veelal
werden de muren geel
geschilderd. In Punda een dichte
bebouwing vanwege de omringde
muren van het fort. |
|
1713 |
Rustige tijden breken aan, mensen trekken naar buiten.
|
|
1741 |
De W.I.C. stuurt officiëren naar Curaçao voor het oprichten
van openbare werken.
|
|
1776 |
Hato werd steeds meer een buitenverblijfplaats van de W.I.C.
(verkocht in 1792). |
|
1788 |
Het laatste “legale” vervoer van slaven per schip naar
Curaçao. |
|
1791 |
De West-Indische Compagnie hield op te bestaan. Curaçao en de
andere Nederlandse eilanden
vallen vanaf dit moment onder de
Nederlandse overheid.
|
|
1800 - 1802 |
Aruba, Bonaire en Curaçao onder Engels bestuur. |
|
1800 - 1850 |
Noord-Amerikaanse invloeden. Het uit Noord-Amerika komend
timmerhout, vooral pitchpine,
wordt zeer gewenst. |
|
1800 |
Slavenkinderen jonger dan 14 jaar mogen 2 uur onderwijs per
dag genieten. Volwassen slaven
mogen zoveel mogelijk
godsdienstonderwijs genieten in
hun vrije tijd. Slaven die hun
kinderen beletten onderwijs te
genieten konden disciplinair
worden gestraft. Wegens
ongunstige levensomstandigheden
is er een hoog sterftecijfer
(25%) per jaar. Wetgeving was er
voor slaven aanvankelijk niet.
Dit werd later veranderd en
werden zij minder wreed
mishandeld. Slaven konden geen
beroep doen op het burgerlijk
wetboek, aangezien zij als
goederen werden aangeduid.
Losstaande van het feit dat het
niveau van onderwijs dermate
laag was dat er logisch gezien
geen beroep gedaan werd op de
wet, immers wat is dat?! Slaven
konden wel trouwen via een
kerkelijk huwelijk maar
uiteraard niet via de
burgerlijke procedure. Joodse en
Protestantse meesters lieten hun
slaven Rooms Katholiek dopen.
Bepaling: De meesters moesten
drie maanden na de emancipatie
(het vrijkopen of vrijgeven van
slaven) voor huisvesting c.q.
onderdak voor zijn ex-onderdanen
zorgen. |
|
1802 |
De huizen in Pietermaai gaan achteruit. |
|
1807 - 1816 |
De Engelsen veroveren Curaçao opnieuw en bouwen ruimer in
Willemstad. |
|
1814 |
Nederland schaft de slavenhandel af. |
|
1816 |
De Engelsen begonnen met de bouw van ruimere huizen met
ommuurde erven In Scharloo. De
eilanden kwamen definitief onder
Nederlands gezag. |
|
1825 |
Onderzoek van Krayenhoff: er werd onderscheid gemaakt tussen
twee soorten natuursteen;
zeesteen, op het zuidelijke
strand en vooral nabij de haven
te vinden, en klipsteen,
gewonnen door het laten springen
van de klippen. De afstand tot
het strand dan wel de klippen
bepaalde de keuze, want het
transport gaf de kosten. De
verwerking van de ongelijke
brokken was nagenoeg dezelfde
als die van het groevesteen in
sommige zuidelijke provinciën
van Nederland. Kalk werd op
eenvoudige wijze gebrand en
verkocht. Als cement diende
gestampte pannen of soms Dordtse
tras uit Europa. Het beschikbare
hout op de Benedenwindse
eilanden bestond vooral uit
kreupelhout voor de brand, enige
manzanilla bomen voor
schrijnwerken, tamarindebomen
voor binnentimmerwerk, kalebas
voor vellingen van wielen en
rood mangelhout voor
(dak-)sparren. Het geringe
aantal wel te gebruiken
vruchtbomen was als zodanig niet
te missen. Op Curaçao trof men
slechts 4 smidsbazen, waaronder
twee negers op de
scheepstimmerwerven. Alles
bijeen 40 metselaars en 60
timmerlieden, exclusief
scheepstimmerlieden. Handlangers
of sjouwers waren elk ogenblik
tot 300 te verkrijgen en hun
aantal was zo nodig nog wel te
vermeerderen. Teveel mocht men
echter van de inheemse krachten
niet verwachten, of het nu vrije
lieden dan wel goedkoper
uitkomende lands- of duurdere
gehuurde slaven waren. Hun
arbeidsprestatie stond tot die
van een arbeider in Europa als
1:4. Wilde men de werken in 4 á
5 jaar voltooien dan zou het
dubbele van de aanwezige
mankracht nodig zijn en daartoe
scholing door Europese
werklieden als opzichters.
|
|
1827 |
Willemstad werd opengesteld als vrije haven voor de
wereldhandel. Tevens is er de
eerste stoomvaartlijn.
|
|
1828 |
Het Riffort werd gebouwd. |
|
1844 |
Na een belastingsverlaging werd er veel gebouwd in Punda,
Otrobanda, Pietermaai, Scharloo,
Vianen en Altena. |
|
1848 |
Te Santa Rosa werd een school gebouwd. |
|
1850 |
Het ontstaan van het dorpje Boca San Michiel (tegenwoordig
Sint Michiel of Boka SaMi) vond
plaats. Op andere plaatsen
woonden wel vrije lieden bijeen,
maar van een echt dorp was er
nog geen sprake. Pas na de
tweede wereldoorlog is
dorpsvorming door de overheid
ter hand genomen. |
|
1854 |
Er waren totaal 5.429 slaven op het eiland, waarvan 1818
werkten in de stad als
huisbedienden of ambachtslieden.
De overigen zaten op plantages
of ten zuiden van Coro in Barrio
de Guinea, een aparte wijk voor
gevluchte slaven. |
|
1858 |
Te San Willybrordo (tegenwoordig St. Willibrordus) werd een
weeshuis gesticht. |
|
1858 - 1861 |
Slavernij loopt ten einde. Curaçao raakt hierdoor tijdelijk
in een impasse. Er wordt een
Raadhuis gebouwd, een gebouw
voor Koloniale Raad, en een
Rechtbank. Het begin van de
echte wetgeving. Er wordt handel
gedreven met Venezuela,
Nederland en de Verenigde
Staten. Plantagebezit gaat sterk
achteruit i.v.m. klimatologische
omstandigheden, heffing van
grondbelasting en het omhoog
gaan van het arbeidsloon van
ex-slaven. Wegens de
tariefpolitiek ontstaat er een
levendige smokkelhandel tussen
Venezuela en Curaçao.
|
|
1862 |
De Emancipatie-regeling werd op 30 september afgekondigd; de
slavernij werd afgeschaft en de
slaven werden in vrijheid
gesteld. De bevolking bestond
uit 6.000 slaven, 10.000 vrije
gekleurden en 4.000 blanken. Er
ontstonden communes: San Michiel
vissersdorp, Westpunt en
Montagnes landbouw-communes.
Na de vrijverklaring was er een
uittocht van geëmancipeerden
(vrije slaven). Vele emigranten
zijn echter spoedig
teruggekeerd: de zucht om van de
nieuwverworven bewegingsvrijheid
gebruik te maken zal
waarschijnlijk ook een rol
hebben gespeeld. Waar men niet
naar uittrok was Suriname omdat
Suriname berucht was om zijn
slavenmishandelingen. De slaven
zijn vrij en willen niet meer
voor hun meester werken maar er
moet echter eten op tafel komen.
Om te verdienen sloot men
contracten met een andere baas.
De situatie veranderde in feite
niet veel. De verantwoording
voor eten en huisvesting werd nu
afgeschoven op de werknemers.
“Over het algemeen schijnt de
ijver en de arbeidslust der
vrijgemaakten onbevredigd te
zijn geweest; het euvel van
ongemotiveerd verlaten der
dienstbetrekking en het
verlangen van voorschot op loon
deed zijn intrede en de
werkgevers moesten zich
noodgedwongen wel aan den
nieuwen tijd aanpassen.
Continueel werken was bij de
arbeiders niet gewild en velen
trachten door diefstal van
veldvruchten zonder inspanning
aan den kost te komen. En zo
ging men den nieuwen tijd
tegemoet in de hoop dat op den
duur de nood der geëmancipeerden
wel zou leren werken.”
|
|
1866 |
De stadsmuren werden gesloopt en met het puin werd een strook
van het Waaigat gedempt. De bouw
van woningen werd echter
vertraagd door de Amerikaanse
successieoorlog. |
|
1867 |
In San Willybrordo (tegenwoordig St. Willibrordus) werd een
school gesticht. |
|
1871 |
Men “ontdekt” fosfaat op Klein Curaçao en in 1874 op de
plantage Santa Barbara. Dit werd
een nieuwe bron van
volkswelvaart. |
|
1882 |
De Koninklijke West-Indische Maildienst (K.W.I.M.) werd
opgericht. |
|
1884 |
De eerste telefoonlijn werd aangelegd. |
|
1886 |
De eerste ferrybootverbinding tussen Punda en Otrobanda.
|
|
1888 |
De eerste (drijvende draai-)brug, de “Koningin Emmabrug”,
over de St. Annabaai dateert van
8 mei 1888. Dit was een
belangrijke stedenbouwkundige
verbinding. Punda en Otrobanda
komen voor het eerst direct met
elkaar in verbinding.
|
|
1889 |
Curaçao werd aangesloten aan het telegrafisch wereldnet.
|
|
1895 |
De eerste elektrische straatverlichting werd aangelegd.
|
|
1908 |
Er werd een school gesticht te Montaña. De radiocommunicatie
deed haar intrede in de
Nederlandse Antillen.
|
|
1912 |
Grote droogte op de benedenwindse Antillen: sterfte
overschot. De Nederlandse
regering richtte de
Mijnmaatschappij Curaçao op.
|
|
1913 |
Arbeiders emigreren van Aruba en Bonaire naar het vaste land.
Publieke discussie over de
invloed van “muurkanker” en de
leegloop. |
|
1914 |
Op 15 augustus voeren de eerste schepen door het
Panamá-kanaal. |
|
1914 - 1918 |
Eerste Wereldoorlog; ging aan Curaçao zonder bijzondere
voorvallen voorbij. |
|
1915 |
Industriële revolutie i.v.m. de vestiging van de Koninklijke
Shell op plantages Valentijn,
Asiento en Negropont. Dit bracht
vooral na 1933 aanvankelijk veel
architectonische verwarring. De
industrialisatie leidde indirect
tot (verder) verval van
plantages en de daarop staande
landhuizen en bijgebouwen.
|
|
1920 |
Uitbreiding van Willemstad bij Dòmi aan de noordzijde van de
Roodeweg in Otrobanda. Op het
terrein van de plantages Rio
Canario verrezen 500 woningen
van elk denkbaar materiaal, voor
het merendeel onbewoonbaar. Het
was een verzamelplaats van
allerlei ongure elementen.
|
|
1922 |
Een grondwetswijziging gaf een nieuwe omschrijving van de
samenstelling van ons
koninkrijk; werd tevoren
gesproken van de koloniën en
bezittingen in andere
werelddelen, thans (1922) werd
het Koninkrijk der Nederlanden
in artikel 1 omschreven als
omvattende het grondgebied van
Nederland, Nederlands-Indië,
Suriname en Curaçao. Nieuwe
bepalingen betreffende de
bestuursinrichting der
overzeesche gewesten werden
tegelijk met de wijzigingen van
artikel 1 in de grondwet
opgenomen. |
|
1924 |
Ontstaan van Jarreau (tegenwoordig Charo). Er werden
woonparken in Groot Kwartier en
Rio Canario aangelegd door de
Shell. Tevens bouwde Shell een
rustkuuroord voor vakantie van
employees. |
|
1928 |
Bouw van 200 gezinswoningen in Negropont. Plan Bullenbaai
(Shell) loopt op niets uit, wel
herinneren de oudste woningen in
Julianadorp aan dit plan.
|
|
1929 |
Shell bouwt Emmastad. |
|
1930 |
Wereldcrisis, veel buitenlanders komen werk zoeken bij de
Shell. |
|
1931 |
Malaise tijd bij de Shell waardoor een massaal ontslag
plaatsvond van 5.000 mensen die
emigreerden. Veel huurhuizen
stonden leeg. |
|
1934 |
Vestiging van de K.L.M. op Curaçao, geopend met de
kerstvlucht van de “Snip”.
|
|
1935 |
Sterke uitbreiding van woonkamp in Suffisant. |
|
1936 |
Wet op de Staatsinrichting van Curaçao werd aangenomen. In
deze Curaçaose Staatsregeling
krijgen alle mannelijke inwoners
met de Nederlandse nationaliteit
kiesrecht. |
|
1937 |
De eerste verkiezingen vinden plaats. |
|
1935 - 1940 |
In Rio Canario en Groot Kwartier werden 350 huizen gebouwd.
In 1937 was Rio Canario bijna
een geheel met Emmastad.
|
|
1939 - 1945 |
Tweede Wereldoorlog: opleving van de Shell (grootste
leverancier aan de
geallieerden). In 1943 kwam het
miljoenenplan voor
volkswoningbouw tot stand.
|
|
1945 |
Het oude centrum onderging een uitbreiding in de richting van
Pietermaai en zelfs Scharloo. De
aanzienlijke huizen kregen
steeds meer een winkelfunctie en
openbare bestemming.
|
|
1947 - 1951 |
Bouw van Steenrijk en Marie Pompoen. Otrobanda werd een
zelfstandig centrum. Kleinere
centra ontstonden in Saliña, Rio
Canario en Marchena.
|
|
1948 |
Belangrijke uitbreiding van Julianadorp. Ook werden er
kleinere wijken gebouwd te Rust
en Burgh en Biesheuvel (Shell).
Het totaal aantal woningen van
de Shell te Negropont,
Julianadorp, Rio Canario, Groot
Kwartier, Rust en Burgh en
Biesheuvel was 900 stuks. Ook
werden er kredieten verleend
voor eigenbouw (totaal 353
woningen), bijvoorbeeld in Cas
Cora meer dan 100 woningen. Het
kampement voor Portugezen werd
herschapen tot een dorp. De
Curaçaose Staatsregeling werd
gewijzigd; de naam “Curaçao en
onderhorigheden” werd veranderd
in “Nederlandse Antillen”.
|
|
Na 1948 |
Ontstaan van villawijken buiten de stad, bijvoorbeeld Van
Engelen en Mahaai. Tijdens en na
de oorlog ontstaat Damacor.
|
|
1951 |
Op 2 juli kwam de eilandsraad voor het eerst bijeen.
|
|
1954 |
De “koloniale” status van Curaçao en de andere eilanden van
de Nederlandse Antillen werd
gewijzigd toen de Nederlandse
Antillen volledig zelfbestuur
kregen binnen het
koninkrijksverband. Bouw van de
wijk Brievengat. Op 5 april
vindt de oprichting van
Stichting Monumentenzorg Curaçao
plaats. |
|
1957 |
Bouw van de wijk Buena Vista. |
|
1958 |
De Antilliaanse Brouwerij N.V. werd 2 april opgericht door
J.A.J. Sprock N.V. en de Amstel
Brouwerij N.V. te Amsterdam.
Brouwen en bottelen geschiedt
onder supervisie van de Amstel
Brouwerij N.V.; bier en malta
worden geleverd onder het
Amstelmerk; shandy onder het
merk Green Sands. |
|
1964 |
Oprichting van de Antilliaanse Luchtvaartmaatschappij (A.L.M.).
|
|
1969 |
Op 30 mei breken op Curaçao arbeidsonlusten uit. De
Nederlandse regering stuurt 300
mariniers om orde op zaken te
stellen. |
|
1974 |
Op 6 juni werd de olie-overscheephaven, gelegen te Bullenbaai
(aan de zuidkust van Curaçao, 13
kilometer noordwestelijk van
Willemstad), in gebruik genomen.
Op 2 maart werd de “Koningin
Julianabrug” opengesteld voor
het autoverkeer. Zij bleek
direct al aan een grote behoefte
te voldoen. Er werden per dag
19.000 passerende auto’s geteld.
(Het aantal auto’s dat gebruik
maakte van de oude pontonbrug
nam hierbij af van 12.000 tot
6.500 per dag.) In 1983 passeren
40.000 auto’s per dag de vaste
brug. In augustus werd de
“Koningin Emmabrug” (pontonbrug)
definitief gesloten voor het
rijverkeer. |
|
1975 |
Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden werd gewijzigd:
Suriname werd een onafhankelijke
republiek. |
|
1981 |
Rondetafelconferentie. |
|
1983 |
Rondetafelconferentie: overeenstemming over Status Aparte van
Aruba. |
|
1984 |
Op 2 juli werd de vlag van Curaçao ingewijd en heeft men deze
datum uitgeroepen tot officiële
vrije dag waarop Curaçao zijn
autonomie viert (Dia
di Himno i Bandera =
Dag van het Volkslied en de
Vlag). |
|
1986 |
Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden werd wederom
gewijzigd: Aruba verkrijgt de
Status Aparte. |
|
1990 |
De dialoog tussen de Nederlandse Antillen en Aruba enerzijds
en de Nederlandse regering
anderzijds over de toekomst van
de ex-koloniën werd voortgezet.
Een blijvende relatie met
Nederland in koninkrijksverband
werd niet uitgesloten.
|
|
1993 |
In maart vond in Willemstad de toekomstconferentie plaats,
waar de staatkundige toekomst
van de Nederlands-Antilliaanse
eilanden centraal stond. Een
half jaar later spreekt de
Curaçaose bevolking zich tijdens
een referendum uit voor behoud
van de bestaande staatkundige
band met Nederland. |
|
1994 |
De vijf Antilliaanse eilanden besloten binnen één
constitutioneel verband te
blijven samenwerken. Het
voortbestaan van de Nederlandse
Antillen als land is hiermee
voorlopig gewaarborgd.
|
|
1997 |
Willemstad werd op 4 december door de UNESCO op de 120ste
plaats van de
Werelderfgoed-lijst (World
Heritage List) van beschermde
steden geplaatst. |
|
1999 |
Het eiland is volgens internationale documenten 500 jaar
geleden ontdekt. Het hele jaar
door zijn er festiviteiten op
allerlei gebied. |