Info-curacao
Welkom
Uw bungalow
Diensten/Prijzen
Lokatie
Neem contact op
Beschikbaarheid
Vrienden
Info-curacao
Gastenboek


 

 
 

   

 

Curaçao behoort tot de zogenaamde ABC-eilanden en ligt tussen Aruba en Bonaire. Het eiland is ongeveer 64 kilometer lang en is op het breedste punt 16 kilometer breed. Curaçao is het grootste eiland van de Nederlandse Antillen. Curaçao is ongeveer 100 miljoen jaar geleden onder de zee ontstaan. De oudste rotsformaties bestaan voor het grootste deel uit vulkanische gesteenten. Deze oude gesteenten werden 60 miljoen jaar geleden boven zeeniveau getild en daarna omgeven door koraalkalksteen. De hoofdstad van Curaçao is Willemstad waar tevens de meeste inwoners wonen. Het totaal aantal inwoners is ongeveer 152.000. De bevolking bestaat uit een grote diversiteit van nationaliteiten. De officiële taal op het eiland is Nederlands maar Papiamento wordt het meest gesproken.

In het droge klimaat van Curaçao komen ongeveer 500 soorten planten en bomen voor. Vergeleken met het Zuid-Amerikaanse vasteland is dat niet veel. Bomen komen bijna niet voor, cactussen daarentegen heel veel, en grote gebieden zijn nauwelijks begroeid. Een voorbeeld hiervan is de hele kuststrook van de noordkust De meeste vegetatie vindt u op die plaatsen waar het watervasthoudende kalksteen bedekt is met een laagje basaltstof, dat rijk aan mineralen is. Aan de oevers van de baaien komen verschillende soorten mangroves voor. De bekendste boom van Curaçao is de divi-divi of waaiboom. Kenmerkend voor Curaçao zijn de cactussen die soms hele wouden vormen. Ook palmbomen komen op Curaçao voor maar zijn vermoedelijk door de Spanjaarden geïmporteerd en vooral bij de hotels en stranden te zien. Uniek voor Curaçao is het Curaçaose hertje ofwel witstaarthert. Op Curaçao komen verder zo'n zestien soorten hagedissen voor waarvan de plantenetende leguaan de bekendste is. Geiten komen in grote getale voor en in mindere mate ezels. De geiten lopen veelal los rond en berokkenen grote schade aan de plantenwereld op Curaçao. Schitterende vogels zijn de West-Indische parkieten, rode en groene kolibries en het suikerdiefje. Ook de Caribische flamingo komt af en toe langs, vooral in het broedseizoen op zoek naar voedsel.

De noordkust is ruig en rotsig waar u niet kunt zwemmen in verband met de sterke stroming.  Op het gebied van stranden is er voor elk wat wils op Curaçao. Of u nou het liefst op een breed zandstrand ligt, of uw voorkeur uitgaat naar een kleine, besloten inham, op Curaçao kunt u wekenlang naar het strand zonder ook maar één dag op hetzelfde te hoeven liggen. De meeste boca's oftewel de kleine inhammen zijn te vinden in het westen van het eiland. De grote zandstranden liggen aan de zuidkust.

Aan de westpunt van het eiland ligt het Christoffel Park. Hier bevindt zich tevens het hoogste punt van het eiland, de Christoffel Berg (377 m. hoog).

Het Curaçao Sea-aquarium is misschien wel één van de populairste attractie op het eiland. Hier kunt u zich letterlijk en figuurlijk onderdompelen in de onderwaterwereld. Trek minimaal een halve dag uit voor het Sea-aquarium want er is veel te zien en te doen.  Iets ten oosten van Willemstad gelegen omvat het complex een jachthaven, een groot strand en een aantal grote aquaria. Pijlstaartroggen, haaien, zeeschildpadden, maar ook pelikanen, flamingo's en zeeleeuwen kunt u hier van dichtbij zien. Duikers kunnen ook toegang krijgen in het gebied dat lokaal bekend staat als Bapor Kibra, oftewel Vergane Boot, genoemd naar het stoomschip Oranje Nassau dat vlakbij de kust zonk in 1906.Hier kunt u zwemmen met de dolfijnen.

 

 

Gelegen in de Tropen, slechts 12° boven de evenaar maar buiten het orkaan gebied, heerst er op Curaçao een warm en zonnig klimaat met een gemiddelde temperatuur van 27°. Er staat een constante passaatwind uit het oosten, die wat in kracht toeneemt tijdens de lente. Het regenseizoen duurt van oktober tot februari en wordt gekenmerkt door korte, meest nachtelijke regenbuien. De gemiddelde jaarlijkse regenval ligt op ongeveer 570 mm.  Af en toe brengt een tropische storm elders in het Caribische Zeegebied een paar dagen bewolking met zich mee, maar dit gebeurt slechts zelden. De temperatuur schommelt nauwelijks op Curaçao. Daarom kunt u bijna altijd toe met lichte tropische kleding. Houdt u echter goed rekening met de zon, die gemeen fel kan zijn. Smeert u zich goed in en draag een zonnebril. Neem altijd wat kleren en een pet of hoed mee voor als de zon u teveel wordt. Juist omdat er altijd een briesje staat, kan het u ontgaan dat de zon erg fel schijnt. Curaçao kent geen malaria of andere typisch tropische ziekten en zijn er dus geen vaccinaties nodig voor een bezoek aan het eiland. Het niveau van hygiëne is hoog en daarom komen gevallen van voedselvergiftiging maar heel zelden voor. Mocht u toch maag- of darmklachten krijgen, dan zijn veel van de geneesmiddelen die u van thuis kent, verkrijgbaar in de Botica's, zoals men apotheken noemt op Curaçao. Mocht u medische hulp nodig hebben, dan bent u op Curaçao nooit verder dan dertig minuten verwijderd van het Sint Elisabeth Hospitaal.

Een ideale vakantieplek voor duikers! Curaçao bestaat van oorsprong uit vulkanisch kalkgesteente waarop zich eeuwenlang koraal heeft afgezet. Dat is bij een eerste duik al snel te zien. Pal langs de kustlijn treft u meteen de meest schitterende koraalriffen aan. Geen wonder dat duiken tegenwoordig één van de populairste sporten op Curaçao is. Gelukkig gaat dat niet ten koste van de rust en de adembenemende onderzeese, ongeveer zestig miljoen jaar oude flora en fauna. Door het grote aanbod aan duiklocaties over de gehele zuidkust, wordt Curaçao door velen als een zeer attractief duikparadijs beschouwd. één blik over de ondiepe rif is al een onvergetelijk schouwspel. Bereikt u eenmaal via de rifwand de diepere gebieden, dan opent zich voor u één van Curaçaos grootste en meest imposante bezienswaardigheden. Langs de hele zuidkust van Curaçao, liggen zo'n 60 aangeduide duikplaatsen, waarvan er 44 zijn uitgerust met een ketting waarlangs u kunt afdalen en bovenkomen. De ervaring van een ondiep rif is onvergetelijk en wordt alleen overtroffen door een duik naar de dieper gelegen riffen, waar het mooiste natuurschoon van Curaçao te vinden is.  

Op Curaçao is de netspanning 110 - 130 volt / 60 Hertz. De meeste apparaten zullen goed functioneren. Haardrogers en dergelijke dienen niet te lang achter elkaar te worden gebruikt om oververhitting te voorkomen. Europa heeft  een netspanning van 220 volt / 50 Hertz. Electrische apparaten die geschikt zijn voor beide netspanningen, zoals de meeste scheerapparaten, kunnen worden gebruikt met behulp van een verloopstuk voor de stekker, die bij ons beschikbaar zijn. De stroomvoorziening is over het algemeen betrouwbaar maar het dient aanbeveling om gevoelige apparaten als laptops te beveiligen met een spanningsbeveiliger.

Banken zijn van maandag tot en met vrijdag geopend van 8:00 's ochtends tot 15:30 's middags. Op het vliegveld is een pinautomaat aanwezig zodat u bij aankomst direct over de Antilliaanse gulden kunt beschikken.  Er zijn op vele plaatsen, vaak ook bij de grotere supermarkten, pinautomaten aanwezig. In de meeste winkels en supermarkten kunt u gewoon met uw Nederlandse bank- of giropas betalen.

Het scala restaurants op Curaçao varieert van snackbars langs de kant van de weg tot de meest elegante haute cuisine, en natuurlijk alles wat daar tussenin ligt. Over het hele eiland liggen visrestaurants aan de kust en barbecue restaurants die de moeite van het proberen zeker waard zijn. Verder kunt u op Curaçao ook altijd nog terecht bij de McDonalds of de Pizza Hut. De meeste restaurants brengen een servicetoeslag van 15% in rekening, bedoeld als fooi, die echter lang niet altijd toekomt aan het bedienend personeel. U kunt natuurlijk altijd iets achterlaten aan de bediening zelf. U dient er verder rekening mee te houden dat er altijd 5% omzetbelasting (OB) moet worden betaald over hetgeen u heeft genuttigd.

Geschiedenis van Curacao

 

2500 v. Chr.

De eerste bewoners, de Arawak Indianen, zijn waarschijnlijk vanuit Venezuela geëmigreerd. Deze jagers en verzamelaars bedreven geen landbouw en maakten geen aardewerken voorwerpen. Een aantal van deze bewoners trok omstreeks 1500 v. Chr. naar Bonaire.

500 v. Chr.

De Caiquetio Indianen kwamen, die dezelfde taal spraken als de Arawak Indianen, waarschijnlijk ook vanuit Venezuela naar Curaçao. Zij woonden in paalhutten. Verspreid over het eiland zijn zes dorpjes opgegraven uit deze tijd, te weten bij het huidige Kenepa (Knip), Santa Cruz, San Hironimo, San Juan, De Savaan en Santa Barbara. Je zou kunnen aannemen dat later de Spanjaarden zich bij deze nederzettingen vestigden en dat tegenwoordig de namen nog voorkomen van deze plaatsen die de Spanjaarden hen gedoopt hebben. Oorzaak is de gunstige ligging, de waterbronnen, de reeds al gecultiveerde grond, bouwrijp, vlak en geen begroeiing.

1492

Columbus vertrekt op 3 augustus vanuit Spanje en ontdekt de Nieuwe Wereld.

1499

In mei confisqueerden de Spanjaarden Curaçao in naam van Spanje, maar aanvankelijk nog geen kolonisatie.

1513

De evacuatie van de ongeveer 2.000 Caiquetio Indianen naar Hispanola om daar als slaven te werken begon. Later werden Spaanse nederzettingen gebouwd en werden er zoutpannen in het Schottegat gemaakt. Zeer kleine Spaanse dorpen zoals Pueblo de la madre de Dios de Ascension, Pueblo de la senora de Santa Ana, Santa Barbara, San Pedro, St. Juan, Hato en Piscadera ontstonden. Er is zeer weinig bekend over de gebouwen.

1515

Aruba, Bonaire en Curaçao werden door de Spanjaarden officieel tot nutteloze eilanden (Islas Inútiles) verklaard, oftewel geen goud, zilver en parels aanwezig.

1526

Ontvolking van de Benedenwindse Eilanden komt dankzij Juan de Ampués tot een einde.

1568

De Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de Nederlanden brak uit.

1609 - 1621

Twaalfjarig Bestand tussen Spanje en de Nederlanden.

1621

De West-Indische Compagnie (W.I.C.) werd opgericht.

1634

Op 29 juli veroverden de Nederlanders Curaçao. De Spanjaarden boden zeer weinig tegenstand: zij maakten waterputten onbruikbaar en verbrandden hun dorpjes. De Nederlanders deporteerden de Spanjaarden naar het vasteland samen met zo’n 400 indianen, van wie er ongeveer 75 achterbleven als arbeiders. Zolang de Tachtigjarige Oorlog tussen Nederland en Spanje nog woedde, was Curaçao in de eerste plaats een marinebasis. Het eerste blijvende bouwwerk was het eenvoudige Waterfort dat werd gebouwd aan de ingang van de haven bij Punda. Later werd het grotere Fort Amsterdam gebouwd dat de toegang tot de Sint Annabaai bewaakte en tevens onderdak bood aan de verblijven van de bewindvoerder van het eiland (en later de gouverneur). Verder werd het fort het middelpunt voor de ontwikkeling van de stad. Tot aan de dag van vandaag is het Fort Amsterdam de zetel van de regering en bevinden zowel het fort als de residentie zich in een uitstekende staat. Naast de militaire architectuur waren de eerste woningen aanwezig, gemaakt van hout, mais en leem naar voorbeeld van de indianen. Later ontstonden plantages, begin van de kolonisatie in de zin van uitbuiting (woordenboek: kolonist = volksplanter).

1642

Peter Stuyvesant werd directeur van de Benedenwindse Eilanden.

1644

Peter Stuyvesant probeert tevergeefs Sint Maarten op de Spanjaarden te heroveren.

1646

Peter Stuyvesant werd benoemd tot directeur-generaal van de kolonie Nieuw-Nederland in Noord-Amerika. Hij bleef tot 1664 directeur van Curaçao en onderhorigheden (Aruba en Bonaire).

1648

Toen Nederland en Spanje de Vrede van Munster ondertekenden, werd Curaçao minder belangrijk als marinebasis en ontwikkelde het eiland zich tot een handelscentrum. De Nederlanders vervulden al snel een prominente rol in de internationale slavenhandel. De W.I.C. nam de belangrijkste Portugese handelsposten aan de westkust van Afrika over, kocht tot slaaf gemaakte Afrikanen op en vervoerde hen naar Curaçao en Brazilië, waar ze verkocht werden aan rijke plantagebezitters uit alle delen van de Nieuwe Wereld. Curaçao werd één van de grootste slavendepots in het Caribische gebied. Toen in 1788 het laatste slavengaljoen de haven binnenvoer, had de W.I.C. zo’n 500.000 Afrikanen getransporteerd naar hun slavernij. Na een afschuwelijke reis over de Atlantische oceaan werden de slaven gedurende enkele maanden in twee kampen ondergebracht, Sòrsaka en Chinchó Grandi (het huidige Groot St. Joris.), waar zij konden bijkomen, voordat ze verkocht werden op het depot bij Asiento (waar tegenwoordig de olieraffinaderij staat). Er zijn geen sporen achter gebleven van deze plaatsen. Het behoeft geen betoog, hoeveel grotere praktische moeilijkheden dan in de Spaanse tijd de verwezenlijking van het voortaan vereiste bouwprogramma met zich meebracht. Bakstenen, pannen, hout en ijzerwaren moesten in aanzienlijke hoeveelheid bij voortduring over zee worden aangevoerd. De voor het ruwe werk gebruikelijke onregelmatige koraalsteen maakte overigens pleisteren noodzakelijk, zodat de bouwwijze ook om deze reden toch anders werd dan in het vaderland gebruikelijk was. Water was uiteraard schaars zodat zoutwater veelal is gebruikt voor aanmaken van specie. Hierdoor wordt de buitenkant aangetast door salpetervorming (“muurkanker”). Je zou kunnen aannemen dat er toen een noodzaak ontstond om de woningen te verven. Achter Fort Amsterdam verrezen enkele huizen en de eerste slavenhutten verschijnen. Op de plantages worden landhuizen gebouwd en er ontstaat langzamerhand een drang om buiten de muren van het fort te gaan wonen. Mensen hebben soms twee woningen, binnen en buiten het fort.

1654

De Nederlanders raken Brazilië kwijt. Reeds volgt de ontwikkeling van stedelijke omgeving, er ontstaat een stad.

1659

Terrein aan de westzijde van Schottegat werd vrijgegeven aan uit Brazilië gevluchte Joden. Het ontstaan van Jodenkwartier.

1660 - 1670

Bloeitijd van de slavernij. Dit is de oorzaak van het ontstaan van de stad. Curaçao wordt een centrum voor doorverkoop van slaven. Zelf hield men ook slaven en onderscheidde men twee soorten slaven: huisslaven (die o.a. zindelijk moesten zijn) en plantageslaven (die hard moesten kunnen werken). De huisslaven (meestal in de stad) hadden een onderkomen verzorgd door de baas, die meestal achter de eigenlijke woning verscholen ging. Hun “woningen” waren meestal vervaardigd van hetzelfde materiaal als dat van hun meester. Op de plantages werden de slaven ondergebracht in eigengemaakte lemen hutten die op een bepaald gedeelte van het erf stond.

1662

Verspreid over het gehele eiland ontstaan slavenkampen: Oostpunt, Duivelsklip, Koraal Tabak, Rio Canario en Noordkant.

1675

De openstelling van de haven veroorzaakte meer bouw buiten de stad (frisser wonen), b.v. Altena en Pietermaai (Pieter de Mey).

1685 - 1713

Wederom een bloeitijd van de Nederlandse slavenhandel. De W.I.C. doet verder weinig aan de plantages. De panden in Punda, combinaties van woonhuizen en winkels, zijn bijna geheel uit baksteen opgetrokken. Er is een sterke invloed van Scheepstimmerlui en genietroepen.

1707

Otrobanda werd vrijgegeven; 14 erven, 60 voet breed. De huizen mogen slechts één verdieping hoog zijn. De daken worden steeds hoger voor het opvangen van water. De witte panden moesten een kleur krijgen i.v.m. een zogenaamd oogletsel dat opgelopen kon worden. Veelal werden de muren geel geschilderd. In Punda een dichte bebouwing vanwege de omringde muren van het fort.

1713

Rustige tijden breken aan, mensen trekken naar buiten.

1741

De W.I.C. stuurt officiëren naar Curaçao voor het oprichten van openbare werken.

1776

Hato werd steeds meer een buitenverblijfplaats van de W.I.C. (verkocht in 1792).

1788

Het laatste “legale” vervoer van slaven per schip naar Curaçao.

1791

De West-Indische Compagnie hield op te bestaan. Curaçao en de andere Nederlandse eilanden vallen vanaf dit moment onder de Nederlandse overheid.

1800 - 1802

Aruba, Bonaire en Curaçao onder Engels bestuur.

1800 - 1850

Noord-Amerikaanse invloeden. Het uit Noord-Amerika komend timmerhout, vooral pitchpine, wordt zeer gewenst.

1800

Slavenkinderen jonger dan 14 jaar mogen 2 uur onderwijs per dag genieten. Volwassen slaven mogen zoveel mogelijk godsdienstonderwijs genieten in hun vrije tijd. Slaven die hun kinderen beletten onderwijs te genieten konden disciplinair worden gestraft. Wegens ongunstige levensomstandigheden is er een hoog sterftecijfer (25%) per jaar. Wetgeving was er voor slaven aanvankelijk niet. Dit werd later veranderd en werden zij minder wreed mishandeld. Slaven konden geen beroep doen op het burgerlijk wetboek, aangezien zij als goederen werden aangeduid. Losstaande van het feit dat het niveau van onderwijs dermate laag was dat er logisch gezien geen beroep gedaan werd op de wet, immers wat is dat?! Slaven konden wel trouwen via een kerkelijk huwelijk maar uiteraard niet via de burgerlijke procedure. Joodse en Protestantse meesters lieten hun slaven Rooms Katholiek dopen. Bepaling: De meesters moesten drie maanden na de emancipatie (het vrijkopen of vrijgeven van slaven) voor huisvesting c.q. onderdak voor zijn ex-onderdanen zorgen.

1802

De huizen in Pietermaai gaan achteruit.

1807 - 1816

De Engelsen veroveren Curaçao opnieuw en bouwen ruimer in Willemstad.

1814

Nederland schaft de slavenhandel af.

1816

De Engelsen begonnen met de bouw van ruimere huizen met ommuurde erven In Scharloo. De eilanden kwamen definitief onder Nederlands gezag.

1825

Onderzoek van Krayenhoff: er werd onderscheid gemaakt tussen twee soorten natuursteen; zeesteen, op het zuidelijke strand en vooral nabij de haven te vinden, en klipsteen, gewonnen door het laten springen van de klippen. De afstand tot het strand dan wel de klippen bepaalde de keuze, want het transport gaf de kosten. De verwerking van de ongelijke brokken was nagenoeg dezelfde als die van het groevesteen in sommige zuidelijke provinciën van Nederland. Kalk werd op eenvoudige wijze gebrand en verkocht. Als cement diende gestampte pannen of soms Dordtse tras uit Europa. Het beschikbare hout op de Benedenwindse eilanden bestond vooral uit kreupelhout voor de brand, enige manzanilla bomen voor schrijnwerken, tamarindebomen voor binnentimmerwerk, kalebas voor vellingen van wielen en rood mangelhout voor (dak-)sparren. Het geringe aantal wel te gebruiken vruchtbomen was als zodanig niet te missen. Op Curaçao trof men slechts 4 smidsbazen, waaronder twee negers op de scheepstimmerwerven. Alles bijeen 40 metselaars en 60 timmerlieden, exclusief scheepstimmerlieden. Handlangers of sjouwers waren elk ogenblik tot 300 te verkrijgen en hun aantal was zo nodig nog wel te vermeerderen. Teveel mocht men echter van de inheemse krachten niet verwachten, of het nu vrije lieden dan wel goedkoper uitkomende lands- of duurdere gehuurde slaven waren. Hun arbeidsprestatie stond tot die van een arbeider in Europa als 1:4. Wilde men de werken in 4 á 5 jaar voltooien dan zou het dubbele van de aanwezige mankracht nodig zijn en daartoe scholing door Europese werklieden als opzichters.

1827

Willemstad werd opengesteld als vrije haven voor de wereldhandel. Tevens is er de eerste stoomvaartlijn.

1828

Het Riffort werd gebouwd.

1844

Na een belastingsverlaging werd er veel gebouwd in Punda, Otrobanda, Pietermaai, Scharloo, Vianen en Altena.

1848

Te Santa Rosa werd een school gebouwd.

1850

Het ontstaan van het dorpje Boca San Michiel (tegenwoordig Sint Michiel of Boka SaMi) vond plaats. Op andere plaatsen woonden wel vrije lieden bijeen, maar van een echt dorp was er nog geen sprake. Pas na de tweede wereldoorlog is dorpsvorming door de overheid ter hand genomen.

1854

Er waren totaal 5.429 slaven op het eiland, waarvan 1818 werkten in de stad als huisbedienden of ambachtslieden. De overigen zaten op plantages of ten zuiden van Coro in Barrio de Guinea, een aparte wijk voor gevluchte slaven.

1858

Te San Willybrordo (tegenwoordig St. Willibrordus) werd een weeshuis gesticht.

1858 - 1861

Slavernij loopt ten einde. Curaçao raakt hierdoor tijdelijk in een impasse. Er wordt een Raadhuis gebouwd, een gebouw voor Koloniale Raad, en een Rechtbank. Het begin van de echte wetgeving. Er wordt handel gedreven met Venezuela, Nederland en de Verenigde Staten. Plantagebezit gaat sterk achteruit i.v.m. klimatologische omstandigheden, heffing van grondbelasting en het omhoog gaan van het arbeidsloon van ex-slaven. Wegens de tariefpolitiek ontstaat er een levendige smokkelhandel tussen Venezuela en Curaçao.

1862

De Emancipatie-regeling werd op 30 september afgekondigd; de slavernij werd afgeschaft en de slaven werden in vrijheid gesteld. De bevolking bestond uit 6.000 slaven, 10.000 vrije gekleurden en 4.000 blanken. Er ontstonden communes: San Michiel vissersdorp, Westpunt en Montagnes landbouw-communes.
Na de vrijverklaring was er een uittocht van geëmancipeerden (vrije slaven). Vele emigranten zijn echter spoedig teruggekeerd: de zucht om van de nieuwverworven bewegingsvrijheid gebruik te maken zal waarschijnlijk ook een rol hebben gespeeld. Waar men niet naar uittrok was Suriname omdat Suriname berucht was om zijn slavenmishandelingen. De slaven zijn vrij en willen niet meer voor hun meester werken maar er moet echter eten op tafel komen. Om te verdienen sloot men contracten met een andere baas. De situatie veranderde in feite niet veel. De verantwoording voor eten en huisvesting werd nu afgeschoven op de werknemers.
“Over het algemeen schijnt de ijver en de arbeidslust der vrijgemaakten onbevredigd te zijn geweest; het euvel van ongemotiveerd verlaten der dienstbetrekking en het verlangen van voorschot op loon deed zijn intrede en de werkgevers moesten zich noodgedwongen wel aan den nieuwen tijd aanpassen. Continueel werken was bij de arbeiders niet gewild en velen trachten door diefstal van veldvruchten zonder inspanning aan den kost te komen. En zo ging men den nieuwen tijd tegemoet in de hoop dat op den duur de nood der geëmancipeerden wel zou leren werken.”

1866

De stadsmuren werden gesloopt en met het puin werd een strook van het Waaigat gedempt. De bouw van woningen werd echter vertraagd door de Amerikaanse successieoorlog.

1867

In San Willybrordo (tegenwoordig St. Willibrordus) werd een school gesticht.

1871

Men “ontdekt” fosfaat op Klein Curaçao en in 1874 op de plantage Santa Barbara. Dit werd een nieuwe bron van volkswelvaart.

1882

De Koninklijke West-Indische Maildienst (K.W.I.M.) werd opgericht.

1884

De eerste telefoonlijn werd aangelegd.

1886

De eerste ferrybootverbinding tussen Punda en Otrobanda.

1888

De eerste (drijvende draai-)brug, de “Koningin Emmabrug”, over de St. Annabaai dateert van 8 mei 1888. Dit was een belangrijke stedenbouwkundige verbinding. Punda en Otrobanda komen voor het eerst direct met elkaar in verbinding.

1889

Curaçao werd aangesloten aan het telegrafisch wereldnet.

1895

De eerste elektrische straatverlichting werd aangelegd.

1908

Er werd een school gesticht te Montaña. De radiocommunicatie deed haar intrede in de Nederlandse Antillen.

1912

Grote droogte op de benedenwindse Antillen: sterfte overschot. De Nederlandse regering richtte de Mijnmaatschappij Curaçao op.

1913

Arbeiders emigreren van Aruba en Bonaire naar het vaste land. Publieke discussie over de invloed van “muurkanker” en de leegloop.

1914

Op 15 augustus voeren de eerste schepen door het Panamá-kanaal.

1914 - 1918

Eerste Wereldoorlog; ging aan Curaçao zonder bijzondere voorvallen voorbij.

1915

Industriële revolutie i.v.m. de vestiging van de Koninklijke Shell op plantages Valentijn, Asiento en Negropont. Dit bracht vooral na 1933 aanvankelijk veel architectonische verwarring. De industrialisatie leidde indirect tot (verder) verval van plantages en de daarop staande landhuizen en bijgebouwen.

1920

Uitbreiding van Willemstad bij Dòmi aan de noordzijde van de Roodeweg in Otrobanda. Op het terrein van de plantages Rio Canario verrezen 500 woningen van elk denkbaar materiaal, voor het merendeel onbewoonbaar. Het was een verzamelplaats van allerlei ongure elementen.

1922

Een grondwetswijziging gaf een nieuwe omschrijving van de samenstelling van ons koninkrijk; werd tevoren gesproken van de koloniën en bezittingen in andere werelddelen, thans (1922) werd het Koninkrijk der Nederlanden in artikel 1 omschreven als omvattende het grondgebied van Nederland, Nederlands-Indië, Suriname en Curaçao. Nieuwe bepalingen betreffende de bestuursinrichting der overzeesche gewesten werden tegelijk met de wijzigingen van artikel 1 in de grondwet opgenomen.

1924

Ontstaan van Jarreau (tegenwoordig Charo). Er werden woonparken in Groot Kwartier en Rio Canario aangelegd door de Shell. Tevens bouwde Shell een rustkuuroord voor vakantie van employees.

1928

Bouw van 200 gezinswoningen in Negropont. Plan Bullenbaai (Shell) loopt op niets uit, wel herinneren de oudste woningen in Julianadorp aan dit plan.

1929

Shell bouwt Emmastad.

1930

Wereldcrisis, veel buitenlanders komen werk zoeken bij de Shell.

1931

Malaise tijd bij de Shell waardoor een massaal ontslag plaatsvond van 5.000 mensen die emigreerden. Veel huurhuizen stonden leeg.

1934

Vestiging van de K.L.M. op Curaçao, geopend met de kerstvlucht van de “Snip”.

1935

Sterke uitbreiding van woonkamp in Suffisant.

1936

Wet op de Staatsinrichting van Curaçao werd aangenomen. In deze Curaçaose Staatsregeling krijgen alle mannelijke inwoners met de Nederlandse nationaliteit kiesrecht.

1937

De eerste verkiezingen vinden plaats.

1935 - 1940

In Rio Canario en Groot Kwartier werden 350 huizen gebouwd. In 1937 was Rio Canario bijna een geheel met Emmastad.

1939 - 1945

Tweede Wereldoorlog: opleving van de Shell (grootste leverancier aan de geallieerden). In 1943 kwam het miljoenenplan voor volkswoningbouw tot stand.

1945

Het oude centrum onderging een uitbreiding in de richting van Pietermaai en zelfs Scharloo. De aanzienlijke huizen kregen steeds meer een winkelfunctie en openbare bestemming.

1947 - 1951

Bouw van Steenrijk en Marie Pompoen. Otrobanda werd een zelfstandig centrum. Kleinere centra ontstonden in Saliña, Rio Canario en Marchena.

1948

Belangrijke uitbreiding van Julianadorp. Ook werden er kleinere wijken gebouwd te Rust en Burgh en Biesheuvel (Shell). Het totaal aantal woningen van de Shell te Negropont, Julianadorp, Rio Canario, Groot Kwartier, Rust en Burgh en Biesheuvel was 900 stuks. Ook werden er kredieten verleend voor eigenbouw (totaal 353 woningen), bijvoorbeeld in Cas Cora meer dan 100 woningen. Het kampement voor Portugezen werd herschapen tot een dorp. De Curaçaose Staatsregeling werd gewijzigd; de naam “Curaçao en onderhorigheden” werd veranderd in “Nederlandse Antillen”.

Na 1948

Ontstaan van villawijken buiten de stad, bijvoorbeeld Van Engelen en Mahaai. Tijdens en na de oorlog ontstaat Damacor.

1951

Op 2 juli kwam de eilandsraad voor het eerst bijeen.

1954

De “koloniale” status van Curaçao en de andere eilanden van de Nederlandse Antillen werd gewijzigd toen de Nederlandse Antillen volledig zelfbestuur kregen binnen het koninkrijksverband. Bouw van de wijk Brievengat. Op 5 april vindt de oprichting van Stichting Monumentenzorg Curaçao plaats.

1957

Bouw van de wijk Buena Vista.

1958

De Antilliaanse Brouwerij N.V. werd 2 april opgericht door J.A.J. Sprock N.V. en de Amstel Brouwerij N.V. te Amsterdam. Brouwen en bottelen geschiedt onder supervisie van de Amstel Brouwerij N.V.; bier en malta worden geleverd onder het Amstelmerk; shandy onder het merk Green Sands.

1964

Oprichting van de Antilliaanse Luchtvaartmaatschappij (A.L.M.).

1969

Op 30 mei breken op Curaçao arbeidsonlusten uit. De Nederlandse regering stuurt 300 mariniers om orde op zaken te stellen.

1974

Op 6 juni werd de olie-overscheephaven, gelegen te Bullenbaai (aan de zuidkust van Curaçao, 13 kilometer noordwestelijk van Willemstad), in gebruik genomen. Op 2 maart werd de “Koningin Julianabrug” opengesteld voor het autoverkeer. Zij bleek direct al aan een grote behoefte te voldoen. Er werden per dag 19.000 passerende auto’s geteld. (Het aantal auto’s dat gebruik maakte van de oude pontonbrug nam hierbij af van 12.000 tot 6.500 per dag.) In 1983 passeren 40.000 auto’s per dag de vaste brug. In augustus werd de “Koningin Emmabrug” (pontonbrug) definitief gesloten voor het rijverkeer.

1975

Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden werd gewijzigd: Suriname werd een onafhankelijke republiek.

1981

Rondetafelconferentie.

1983

Rondetafelconferentie: overeenstemming over Status Aparte van Aruba.

1984

Op 2 juli werd de vlag van Curaçao ingewijd en heeft men deze datum uitgeroepen tot officiële vrije dag waarop Curaçao zijn autonomie viert (Dia di Himno i Bandera = Dag van het Volkslied en de Vlag).

1986

Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden werd wederom gewijzigd: Aruba verkrijgt de Status Aparte.

1990

De dialoog tussen de Nederlandse Antillen en Aruba enerzijds en de Nederlandse regering anderzijds over de toekomst van de ex-koloniën werd voortgezet. Een blijvende relatie met Nederland in koninkrijksverband werd niet uitgesloten.

1993

In maart vond in Willemstad de toekomstconferentie plaats, waar de staatkundige toekomst van de Nederlands-Antilliaanse eilanden centraal stond. Een half jaar later spreekt de Curaçaose bevolking zich tijdens een referendum uit voor behoud van de bestaande staatkundige band met Nederland.

1994

De vijf Antilliaanse eilanden besloten binnen één constitutioneel verband te blijven samenwerken. Het voortbestaan van de Nederlandse Antillen als land is hiermee voorlopig gewaarborgd.

1997

Willemstad werd op 4 december door de UNESCO op de 120ste plaats van de Werelderfgoed-lijst (World Heritage List) van beschermde steden geplaatst.

1999

Het eiland is volgens internationale documenten 500 jaar geleden ontdekt. Het hele jaar door zijn er festiviteiten op allerlei gebied.

 

 

 


 

         
<
>